Meldcode Huiselijk geweld en kindermishandeling

    • Alle professionals die met kinderen, gezinnen of volwassenen werken, zijn verplicht om in actie te komen bij vermoedens van huiselijk geweld of kindermishandeling.
    • Buitenkanz hanteert de onderstaande meldcode. Deze meldcode biedt een concreet stappenplan van wat te doen bij signalen van huiselijk geweld of kindermishandeling.
  • Stap 1: In kaart brengen van signalen

    • Bij vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling worden de signalen in kaart gebracht. Hierbij wordt zo objectief mogelijk gekeken naar de situatie. Deze signalen worden geïnventariseerd en op een rijtje gezet.
    • Belangrijk: feiten, hypothesen en veronderstellingen worden in de verslaglegging uit elkaar gehouden, de status van hypotheses worden goed weergegeven en de bron wordt vermeld als de informatie afkomstig is van een ander.
  • Stap 2: Overleggen met een collega en eventueel raadplegen van Veilig Thuis en/of het Steunpunt Huiselijk Geweld (SHG).

    • De tweede stap is het overleg over de signalen. Om de signalen die in kaart zijn gebracht goed te kunnen duiden, is overleg met een deskundige collega noodzakelijk. Belangrijk: Dit gebeurt anoniem en onherleidbaar.
    • Zo nodig kan op basis van anonieme cliëntgegevens Veilig Thuis worden geraadpleegd. In die gevallen waarin er behoefte bestaat aan meer duidelijkheid over (aard en oorzaak van) letsel kan de vertrouwensarts van Veilig Thuis, of een forensisch geneeskundige om advies worden gevraagd.
    • Kindermishandeling is elke vorm van voor een minderjarige bedreigende of gewelddadige interactie van fysieke, psychische of seksuele aard, die de ouders of andere personen ten opzichte van wie de minderjarige in een relatie van afhankelijkheid of van onvrijheid staat, actief of passief opdringen, waardoor ernstige schade wordt berokkend of dreigt te worden berokkend aan de minderjarige in de vorm van fysiek of psychisch letsel.
  • Contactgegevens Veilig Thuis

    www.vooreenveiligthuis.nl

    Regiokantoor: Burgemeester de Bordesstraat 80, Bussum

    24 uur per dag bereikbaar via het gratis landelijk telefoonnummer 0800-2000.

  • Stap 3: Gesprek met de cliënt

    In het gesprek met de cliënt en/of de ouders wordt:

    • het doel van het gesprek uitgelegd
    • de signalen, dit wil zeggen de feiten die hij heeft vastgesteld en de waarnemingen die hij heeft gedaan, besproken
    • uitgenodigd hierop te reageren
    • uitgelegd wat vervolgstappen zijn. Vb. nogmaals overleg met een collega
    • Na het collegiaal overleg en eventueel een adviesgesprek met Veilig Thuis, volgt een gesprek met de cliënt of zijn ouders/verzorgers. Dit is afhankelijk van de leeftijd van de cliënt. T/m 16 jaar is een kind voor de wet minderjarig en moeten gezaghebbende ouders aanwezig zijn bij dit gesprek of geformeerd worden. Vanaf 16 jaar kan het kind zelf beslissen of de ouders erbij zijn. Vanaf deze leeftijd hebben de ouders ook geen recht meer op inzage en informatie.
  • Soms kan het vermoeden door het gesprek worden weggenomen, dan zijn de volgende stappen van het stappenplan niet nodig. Worden de zorgen over de signalen door het gesprek niet weggenomen, dan worden ook de volgende stappen gezet.

    • Geen gesprek met de cliënt en/of ouders:
    • In bepaalde gevallen kan er worden afgezien van een gesprek met de cliënt en of de ouders. Het gaat om situaties waarin door het voeren van het gesprek de veiligheid van een van de betrokkenen in het geding zou kunnen komen
  • Stap 4: Wegen van het geweld of de kindermishandeling

    • Na de eerste drie stappen is er veel informatie verzameld: de beschrijving van de signalen, de uitkomsten van het gesprek met de cliënt en het advies van deskundigen. In stap 4 komt het erop deze informatie te wegen: inschatten van het risico op huiselijk geweld of kindermishandeling. Bij twijfel over de risico’s, de aard en de ernst van het geweld en bij twijfel over de vervolgstap wordt altijd (opnieuw) advies gevraagd aan Veilig Thuis.
  • Stap 5: Beslissen om hulp te organiseren of te melden

    • Na de weging van stap 4 wordt een beslissing genomen, zo nodig ondersteund door deskundigen: zelf hulp organiseren of een melding doen. Hierbij wegen professionele grenzen, verantwoordelijkheden en eigen comptetenties mee of er voldoende mate van effectieve hulp kan worden geboden of worden georganiseerd.